6 - Keelholte
Hoofdstuk 6 - Paragraaf 2
6. Keelholte

6.2 Luchtbuffer

Verder is de keelholte nodig als luchtbuffer, zoals bij circular breathing. Dit laatste is doorspelen met de lucht uit de zeer gevulde mondholte, terwijl de overgang van keel- naar mondholte is afgesloten. Je ademt in door de neus en slaat de lucht op in de keelholte. Als de lucht uit de mond op is, pomp je weer lucht uit de keel naar de mond, etc. Vandaar de term Circular Breathing.

KEELHOLTE: reservoir en buffer van lucht.

Het bovenste deel van de luchtpijp, de overgang naar de keelholte, bestaat uit zachter weefsel, vooral spieren (zie het stuk over slikken in de hoofdstukken 4 en 5). Er zijn twee groepen: samentrekkers en rondmakers. Bij slikken gebruik je de samentrekkers veel.





Bij het spelen met extreem hoge drukken, zoals op hobo en piccolotrompet en bij spelen met dempers in de hoogte ff, etc. wordt er grote druk uitgeoefend op de wand van de luchtpijp. Soms wel tot 18 kPa. Zie hiervoor ook Hoofdstuk 65.4. Het bovenste deel van de luchtpijp is echter flexibel en bestaat voornamelijk uit spieren (zie het stuk over slikken in 4 en 5). Dizzy Gillespie en vele anderen laten de keelholte opzwellen. Dit heeft echter ook nadelen. En daarvan is dat de stem gaat meeklinken door onvoldoende controle over de stembandspieren.

Erger is echter dat de druk op de wervelkolom en met name de uittredende halszenuwen van de plexus brachialis (vlechtwerk van uittredende zenuwen) zo hoog kan worden dat er nek- en halsklachten optreden en uitstraling naar de armen. Op den duur kan dit leiden tot verlamming van sommige spierdelen. Ook pseudo angina pectoris (borstpijn die lijkt op die van hartklachten) maakt blazers angstig. Hyperventilatieverschijnselen kunnen het gevolg zijn. Samengevat: het bovenste luchtpijpdeel en de keelholte zijn een soort reservoir, te vergelijken met een stuwmeer van lucht. Ook kan de hoge druk de bloedcirculatie van en naar het hoofd benadelen.


6.2 Luchtbuffer