5 - Ademsteun
Hoofdstuk 5 - Paragraaf 2
5. Ademsteun

5.2 Reflexen

Maar het belangrijkste is dat het blazen grotendeels reflexmatig gebeurt, zoals zoveel menselijke handelingen en gedrag. De reflexen bestaan uit een grote, al eerder genoemde, serie. Wordt in deze keten een fout gemaakt of ontbreken bepaalde reflexen, dan komen alle andere onderdelen van de DLB (Brass Players Bicycle Pump) in gevaar.

De belangrijkste onderdelen in de keel- en mondholte vormen in feite het slikmechanisme. Slik je iets door, bijvoorbeeld wat speeksel, dan voel je dat de druk zich van vr in de mond verplaatst tot achter in de keel. Dat doet een groep samenwerkende spieren die de holtes geheel plat kunnen drukken. Omgekeerd is er een andere groep die geheel tegengesteld de holtes kan openen.
Zeg maar eens iii (van equal), eee (van eleonora), aaa, uuu, oe, ooo, oh, en ten slotte a (van awful). Bij het uitspreken van de eerste klank zijn de mond en keel bijna plat, bij het uitspreken van de laatste klank totaal open. Zie mijn poster Embouchure 1.


Ill.2 tongposities, lees van onder naar boven.

Doe hetzelfde eens met het hoofd geheel voorovergebogen en daarna geheel achterover gestrekt. Nu ervaar je de enorme invloed van de stand van de wervelkolom op keel, mond, kaken en tongbeen. Steek je tong maar eens uit in de verschillende posities. Dan voel je dat de tongmotoriek onder sterke invloed staat van de positie van het hoofd en de halswervelkolom. Zet je handen in de zij, druk ze als het ware naar elkaar toe, zeg hardop hahahahaha en beweeg het hoofd weer van voren naar achteren zoals zojuist. Dan voel je enorme verschillen, ook in de spierfunctie van de romp.


Ill.3. Ademhaling

Dit alles is een kwestie van neurofysiologie. De hersenen denken niet in spieren maar in bewegingen, of beter nog: in bewegingspatronen. Die patronen zijn opgebouwd uit reflexen, die ver voor de geboorte al aangelegd zijn in het zenuwstelsel. Die reflexen horen bij bepaalde klanken. Sterker nog: elke klank heeft zijn eigen, van tevoren vastgelegde bewegingspatroon. Dat houdt in dat de klanken bij het blazen, maar ook bij het zingen en spreken, fonetisch zijn bepaald en gekoppeld aan vastliggende bewegingen van het spraak- en/of slikapparaat.


5.2 Reflexen